“Vanwege dit team kom ik naar het werk” zegt een van de deelnemers “het is de enige reden waarom ik er nog plezier in heb hier.” Dat wordt door een aantal anderen bevestigd: “Wij zijn het leukste team dat er is!” De zak drop gaat nog een keer rond en er worden grapjes gemaakt. Gezellig, zo’n teamcoachingsochtend.
Maar toch. Hoewel iedereen vanochtend uitgebreid de tijd heeft genomen om met elkaar te praten over de torenhoge werkdruk, grote mokken thee voor elkaar heeft gehaald en er stroopwafels en stukjes appel zijn uitgedeeld, zit er iets diep onder die laag van gezelligheid.
Het is te zien aan de deelnemers die niet instemmend mee knikken als het zoveelste compliment over het team over de tafel gaat. Het is te merken aan de uitgesproken behoefte dat deze teamochtend vooral ‘gezellig’ moet zijn. En het is vooral aan alles te voelen.
En dus stel ik een vraag die in mij opborrelt: “In hoeverre mogen jullie het ook met elkaar oneens zijn?” vraag ik aan de groep. “Dat mag zeker!!” zegt de eigenaresse van de zak drop “als we het er niet mee eens zijn, dan zeggen we het ook! Maar ja, we zijn het eigenlijk nooit met elkaar oneens” Weer instemmend geknik.
En dan, bijna onmerkbaar, durft toch iemand – we noemen ‘m even Kees- een ander geluid te laten horen. Naar zijn voeten starend, mompelt hij bijna onhoorbaar: “Nou dat weet ik niet..” Binnen no-time wordt die mening toegedekt door een aantal ander teamleden. “Jawel, wij kunnen echt alles tegen elkaar zeggen.”
“Was dat ook de mening van Kees?” vraag ik. Kees durft niet meer op te kijken van zijn schoenen. Een hele lange en gespannen stilte volgt. In mijn hoofd tel ik de seconden die voorbij tikken. Daarmee dwing ik mezelf om niets te zeggen (want dat vind ik nog altijd súper moeilijk). Het team is nu aan zet. En uiteindelijk komt – na een stilte die echt minuten lijkt te duren- een mooie vraag: “Maar wat bedoel je dan Kees?”
Wat volgt is een eerlijk gesprek. Waarin nu ook andere collega’s durven uitspreken wat Kees bedoelt. Dat dit inderdaad een heel fijn team is, maar dat je er niet bij hoort als je niet over de organisatie klaagt. En dat het klagen niet altijd helpend is voor het werkplezier.
Is het een gemakkelijk gesprek? Nee, zeker niet. Voor dit team is het echt heel moeilijk om met elkaar te ervaren dat er verschillende meningen zijn in de groep. En dus wordt er ook regelmatig een poging gedaan om te zeggen dat het toch allemaal wel meevalt.
Het is een superintensief gesprek. Pijnlijk en schurend met momenten. Maar: ook helpend. Want dit team ervaart dat er echt geen grote ramp is gebeurd nu blijkt dat er ook verschillende meningen kunnen zijn in een groep. En dat je het dan nog steeds heel fijn kunt hebben met elkaar. “Fijner zelfs!” zegt Kees aan het eind van de ochtend. En zo wordt deze teamochtend- die toch minder gezellig was dan gehoopt- afgesloten.
Maar niet voordat ik nog een paar dropjes heb meegekregen voor onderweg.
Lekker chagrijnig
“Vandaag ga ik weer heerlijk chagrijnig zijn op het werk.” Er zijn weinig mensen die met die instelling naar hun werk vertrekken ’s ochtends. Waarom zijn er dan toch medewerkers die met het gezicht van een oorwurm verschijnen op het werk? En wat kun je daar dan mee?...


